Marcus Aurelius, ca. 170
Uit een persoonlijk notitieboek
De machtigste man van zijn tijd — een Romeinse keizer — hield een persoonlijk notitieboek bij dat nooit voor publicatie bedoeld was. Dit zijn aantekeningen die hij aan zichzelf schreef:
Niet de dood moet een mens vrezen, maar dat hij nooit begint te leven.
Als je 's ochtends opstaat, bedenk dan welk kostbaar voorrecht het is om te leven — te ademen, te denken, te genieten, lief te hebben.
Handel niet alsof je tienduizend jaar te leven had. Zolang je leeft, zolang het nog kan — word goed.
Niet de lengte van het Leven telt, maar hoe het geleefd wordt. Kijk naar de onmetelijkheid van de tijd achter je, en voor je een andere grenzeloze ruimte. Wat is daarin het verschil tussen wie drie dagen leeft en wie drie generaties leeft?
Alles wat je hoort is een mening, geen feit. Alles wat je ziet is een gezichtspunt, niet de waarheid. Er is heel weinig nodig voor een gelukkig Leven; het zit allemaal in jezelf, in je manier van denken.